De eerste 1.000 werkdagen tellen - OOMT
Onderzoek

De eerste 1.000 werkdagen tellen

Februari 2026 | TNO

Jonge werknemers wisselen relatief vaak van baan en ervaren vaker mentale klachten. Vooral de overgang van opleiding naar werk kan lastig zijn, omdat de werkelijkheid van een eerste baan niet altijd aansluit bij de verwachtingen die jongeren vooraf hadden. TNO bracht daarom bestaande kennis samen over de eerste 1.000 werkdagen: het laatste studiejaar en de eerste twee werkjaren. De publicatie beschrijft wat jonge medewerkers in die periode nodig hebben om gezond, goed en met plezier aan het werk te blijven.

Starters die minder dan één jaar in dienst zijn, veranderen...
Starters die minder dan één jaar in dienst zijn, veranderen het vaakst van baan.
Leren én landen

Jonge medewerkers vinden leren en ontwikkelen belangrijk. Maar alleen ruimte geven om te groeien is niet genoeg. Ze hebben behoefte aan duidelijke begeleiding en een werkomgeving waarin ze vragen durven stellen, fouten kunnen bespreken en hun grenzen kunnen aangeven. Goed contact met collega’s speelt daarbij een belangrijke rol. Jonge medewerkers willen zich verbonden voelen met het team. Naarmate ze zekerder worden in hun werk en meer ervaring opdoen, helpt het om hen stap voor stap meer zelfstandigheid te geven. Daarvoor moeten de omstandigheden wel kloppen. TNO benadrukt dat de werkdruk bij zowel jonge medewerkers als hun begeleiders niet te hoog mag zijn. Goede begeleiding vraagt tenslotte tijd en ruimte.

Drie belangrijke fases

TNO verdeelt de eerste 1.000 werkdagen in drie fases:

  • Laatste studiejaar – jongeren bereiden zich voor op hun loopbaan en doen tijdens stages praktijkervaring op.
  • Eerste werkjaar – ze leren de organisatie kennen, zelfstandiger werken en hun grenzen herkennen.
  • Tweede werkjaar – kennis en vaardigheden verdiepen zich en jongeren krijgen steeds meer zelfstandigheid in hun vak.

Alle drie de fases zijn volgens TNO belangrijk voor vakbekwaamheid, professionele ontwikkeling en mentale gezondheid.

Een goede werkstart

Een goede werkstart begint al vóór de eerste werkdag. TNO ziet vooral kansen in een betere aansluiting tussen opleiding en praktijk. Werkgevers en scholen kunnen samen kijken welke vaardigheden starters nodig hebben en jongeren een realistisch beeld geven van het werk.

Daarbij ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij de werkgever. Ook opleiders, brancheorganisaties en jongeren zelf hebben een rol. TNO ziet kansen in samenwerking binnen de regio of branche, bijvoorbeeld door kennis en ervaringen uit te wisselen en de aansluiting tussen opleiding en praktijk te verbeteren.

De volledige publicatie lees je hier (opent in nieuw venster).

Meer over jong talent

Veel jongeren in de mobiliteitsbranche leren en werken tegelijk via een BBL-opleiding. Goede begeleiding vanaf de start is daarom extra belangrijk.

 

Lees ook:

Mis niets

Schrijf je in voor de OOMT nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van OOMT en de ontwikkelingen binnen de mobiliteitsbranche.

"*" geeft vereiste velden aan

Wanneer je op 'Houd mij op de hoogte' klikt, ga je akkoord met onze privacy policy.